Beroepsonderwijs: van zwart schaap naar lieveling!

Het beroepsonderwijs kampt met grote problemen en is al jaren het zwarte schaap van het onderwijsbeleid. Dat valt eigenlijk niet te verantwoorden, vinden Ton Monasso en Alexander Scholtes, want voor veel te veel mensen geldt dat er kansen worden gemist. Het is nu tijd om daar iets aan te doen!

Door Ton Monasso, Portefeuillehouder onderwijs, en Alexander Scholtes, Secretaris Politiek van de Jonge Democraten

Maar liefst één miljard euro extra voor onderwijs wist D66 tijdens de onderhandelingen resulterend in het paasakkoord binnen te slepen. Voor een deel gaat dat geld naar toponderzoek en innovatie, maar ook het VMBO krijgt een stimulans: knelpunten in de huisvesting en de inrichting (lokalen voor praktijkgericht onderwijs) kunnen met dat extra geld worden opgelost, en dat zal ten goede komen aan de praktijkgerichtheid van het VMBO.

Het valt te prijzen dat de coalitiepartners concrete afspraken hebben gemaakt over investeringen in het VMBO. Alleen wat geld voor de huisvesting en de inrichting is echter niet voldoende. Het beroepsonderwijs, dat de laatste jaren sowieso al weinig aandacht heeft gekregen in het onderwijsbeleid, kampt met grote problemen, en om die problemen op te lossen zal Nederland fors moeten investeren in het beroepsonderwijs. Daarnaast valt er veel te doen aan bureaucratisering en inefficiëntie.

Problemen in het beroepsonderwijs

De nood is hoog in het beroepsonderwijs. Het VMBO, dat in 1999 tot stand kwam door een samenvoeging van het VBO, de mavo en sommige vormen van voortgezet speciaal onderwijs, moest een betere aansluiting van het voormalig mavo/VBO/VSO op het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) bewerkstelligen. In de praktijk blijkt er echter weinig verbetering te zijn. Eén op de zeven VMBO-leerlingen verlaat de school zonder diploma, de kwaliteit van het onderwijs schiet vaak te kort, de lessen sluiten niet goed aan bij de capaciteiten van leerlingen, er is te weinig aandacht voor zorgleerlingen en er is een enorm imagoprobleem. En dat terwijl zo’n zestig procent van de Nederlandse scholieren op het VMBO zit. Ook het MBO, dat volgt op het VMBO kent problemen. MBO’s zijn vaak bolwerken van bureaucratie, en in sommige gevallen krijgen leerlingen maar zes uur les per week. Dat bevordert de vooruitgang en motivatie van de leerling zeker niet

Basisvorming & vervolgtraject

Zoals alle leerlingen in het voortgezet onderwijs beginnen VMBO-scholieren met de basisvorming, die twee jaar duurt. Dat wil zeggen dat alle leerlingen, dus zowel de leerlingen die geschikt zijn voor de voormalige mavo als diegenen die alleen geschikt zijn voor zeer op de praktijk gericht onderwijs, ongeveer hetzelfde onderwijs krijgen. Niet alleen is dat heel vreemd, want natuurlijk zijn niet alle leerlingen gelijk, maar ook gaat dit ten koste van tenminste een deel van de leerlingen. Een bepaalde groep leerlingen heeft namelijk vooral behoefte aan op de praktijk gericht onderwijs en theorie die duidelijk toepasbaar is in de praktijk. Voor hen is het onderwijs in de basisvorming veel te theoretisch en abstract. Dat is voor hen uitermate demotiverend, en, wat nog veel triester is, ze steken op deze manier weinig op van het hun geboden onderwijs. De overheid moet dan ook niet vanuit een soort gelijkheidsideaal een star systeem opleggen, maar scholen de ruimte geven om maatwerk te leveren. Juist in de basisvorming is er behoefte aan meer didactische vrijheid en flexibiliteit. Gelukkig krijgen scholen vanaf 1 augustus 2006 iets meer ruimte om zelf de onderbouw in te vullen, maar de vraag is of dat voldoende is.

Na de basisvorming kunnen leerlingen, al naar gelang hun capaciteiten, kiezen uit vier leerwegen: de theoretische, de gemengde, de kaderberoepsgerichte, en de basisberoepsgerichte leerweg. De theoretische leerweg is vergelijkbaar met de oude mavo, maar in het VMBO is de afstand tussen deze leerweg en de havo alleen maar groter geworden. Wel zijn er zogenaamde ‘voorstoomklasjes’ die leerlingen moeten helpen bij de doorstroom van de theoretische leerweg naar havo, maar dat zijn er maar een paar. Dat is jammer, want deze doorstroom zou juist gestimuleerd moeten worden.

Vooral de basisberoepsgerichte leerweg sluit niet goed aan bij de capaciteiten en interesses van leerlingen. Net als in de basisvorming geldt dat, waar de leerlingen die hier terecht komen vooral baat hebben bij praktijkgericht onderwijs en bij theorie die zij direct kunnen toepassen in de praktijk, het onderwijs te theoretisch en te abstract blijft. Bovendien hebben veel VMBO-scholieren niet het concentratievermogen van de gemiddelde HAVO of VWO-leerling, zeker niet als het gaat om een gortdroge en zeer theoretische manier van onderwijs. Belangrijk is te beseffen dat het hier gaat om relatief jonge scholieren in de fase tussen basisschool en arbeidsmarkt, al dan niet met het MBO als tussenstation. Een wat meer creatieve en op de praktijk gerichte manier van lesgeven kan positief werken voor de motivatie én ontwikkeling van veel VMBO-leerlingen.

Het oorspronkelijk doel van het VMBO was om de aansluiting van de middelbare school met het MBO te verbeteren. Maar de huidige structuur bemoeilijkt deze aansluiting alleen maar, en bevordert zeker geen doorlopende leerlijn voor leerlingen. Scholen moeten dan ook veel meer ruimte en zeggenschap krijgen over de invulling van hun onderwijs. Alleen zo kunnen zij het beste uit iedere individuele leerling halen.

Zorgleerlingen

Docenten in het VMBO hebben vaak te maken met grote klassen, maar ook met relatief veel leerlingen die speciale aandacht nodig hebben. Het gaat hier bijvoorbeeld om leerlingen die gedragsproblemen hebben of zeer moeilijk lerende kinderen. Omdat er steeds minder ruimte is in het speciaal onderwijs komen zij vaak terecht in het VMBO, waar zij de aandacht missen die zij nodig hebben. Weliswaar is er binnen en naast het VMBO voor een klein deel van de leerlingen plaats in het zogenaamde leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs, maar dit voldoet bij lange na niet aan de vraag naar dit soort plaatsen. Voor het praktijkonderwijs bijvoorbeeld, dat leerlingen rechtstreeks opleidt voor een plek op de arbeidsmarkt, bestaan lange wachtlijsten.

Een belangrijke factor die ook meespeelt is dat de huidige zorgstructuren niet goed functioneren: jeugdvoorzieningen als onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg en schoolmaatschappelijk werk werken onvoldoende samen. Scholen weten vaak niet goed wat hun rol is in de zorgstructuur, er is weinig transparantie en leerlingen blijven te vaak “op het bureau liggen”. En omdat docenten meestal algemeen opgeleide vakdocenten zijn, missen zij de specifieke bekwaamheden die nodig zijn bij het begeleiden van zorgleerlingen. Sommige scholen hebben al veel ervaring met zorgleerlingen en hebben daar een bepaalde expertise op ontwikkeld, maar voor veel scholen geldt dat niet. Juist in het VMBO is behoefte aan pedagogisch goed opgeleide docenten met een praktijkgerichte blik. Te denken valt dus aan een speciale opleiding of specialisatie voor VMBO-docenten. Maar vooral is er, naast meer efficiëntie en transparantie in de zorgstructuren, meer geld nodig voor het praktijkonderwijs en het speciaal onderwijs, zodat leerlingen het onderwijs kunnen krijgen dat bij hen past én zij de aandacht kunnen krijgen die ze verdienen. Ook een uitbreiding van de “rugzak”-regeling kan een positieve invloed hebben. Volgens deze regeling krijgen zorgleerlingen in het regulier onderwijs als het ware een rugzak mee, waarmee de school speciale voorzieningen kan regelen die nodig zijn voor een goede ondersteuning en begeleiding van zorgleerlingen in het speciaal onderwijs. Nu is deze regeling echter nog te beperkt en te weinig effectief.

Zo nu en dan laait de discussie op over het wel of niet “samen naar school gaan” van ‘probleemleerlingen’ en ‘gewone’ leerlingen. Waarschijnlijk is dat beter voor die probleemleerlingen, maar kan de positieve stimulans van het samen naar school gaan eventuele negatieve effecten van een “stoorzender werking” voor medeleerlingen en extra belasting van de docent compenseren? En krijgen probleemleerlingen überhaupt wel genoeg aandacht in het regulier onderwijs? Ook wij denken dat het beter is als zorgleerlingen gewoon naar het VMBO gaan, maar dan is het wel noodzakelijk dat er snel verbeteringen plaatsvinden.

Beperkte middelen noodzaken keuzes

Over de verdeling van onderwijsgelden is altijd veel te doen. Eén ding is duidelijk: van het toeschuiven van kleine beetjes geld aan zoveel mogelijk subsectoren in het onderwijs valt weinig te verwachten. De kans dat daarmee wezenlijke veranderingen kunnen worden doorgevoerd is gering. Net zomin als bij bezuinigingen de kaasschaaf moet worden gehanteerd, moeten we bij het investeren van een beperkte hoeveelheid geld overgaan tot verkruimelen. Meer effectief is het om het geld gericht in te zetten, daar waar het het meeste nodig is. Hoewel vanuit het hoger onderwijs traditioneel het meest geschreeuwd wordt om extra financiële middelen, zouden wij liever zien dat de overheid prioriteit geeft aan het VMBO. Studenten in het hoger onderwijs hebben een relatief riant toekomstperspectief, en een investering in de eigen studie zal hen in de regel een zeer hoog rendement opleveren. Bovendien zijn zij, mede door het leeftijdsverschil, beter dan (V)MBO’ers in staat keuzes voor zichzelf te maken.

Het VMBO is al jaren het zwarte schaap van het onderwijsbeleid, en dat valt eigenlijk niet te verantwoorden. Voor veel te veel mensen geldt hier dat er kansen worden gemist. Dat is een groot probleem voor die mensen, die écht buiten de boot vallen, maar ook voor onze maatschappij. Het is nu tijd om daar iets aan te doen, te beginnen met een praktijkgerichtere onderbouw en basisberoepsgerichte leerweg, meer geld voor het praktijkonderwijs, kleinere klassen, aandacht voor zorgaspecten in de lerarenopleiding, efficiëntere zorgstructuren en meer didactische vrijheid en flexibiliteit. Het VMBO hoeft geen verwend kind te worden, maar mag best even het lievelingetje van het onderwijsbeleid worden!

Share

Leave a Reply

Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.