Down with the communists!
In het eerste weekend van september togen Jan Paternotte en Ton Monasso namens D66 naar voormalig Sovjetstaat Moldavië. Daar trainden zij jonge liberalen van vier organisaties op de vertaling van de liberaal-politieke filosofie in standpunten over homorechten en subsidiariteit. Een flinke kluif, want de uniforme en geestverstikkende uitwerking van het communisme heeft zijn sporen nagelaten.
Door Jan Paternotte en Ton Monasso
De training vond plaats op een ‘Summer School’ op zo’n 30 kilometer van de Moldaafse hoofdstad Chisinau, in een resort dat gelegen was in een bonte verzameling sovjetbungalowparken en iets modernere gelegenheden. De leiding van de Summer School lag in handen van het National Democratic Institute, de organisatie verbonden aan de Amerikaanse Democraten die zich richt op het versterken van nieuwe democratieën. De Britse Liberal Democrats, de VVD én D66 leverden de rest van de trainers. Omdat in Moldavië nog bijna niemand het Engels machtig is en Ton en Jan beroerd Roemeens spreken, werden alle trainers vanuit het Engels in het Roemeens vertaald. Dat dwong de trainers hun sessies slim in te richten, maar leidde ook tot enige oppervlakkigheid.
Moldaafs liberalisme
Dit werd direct duidelijk bij de introductie van voormalig JOVD-voorzitter Jeroen de Veth, die tot taak had de basisprincipes van het liberalisme te behandelen. Geheel in zijn stijl legde hij uit hoe ‘welbegrepen eigenbelang’ (“There’s nothing wrong with pursuing your own interest”), in het Roemeens vertaald als ‘egoismi’, de kern van het liberalisme is. Hij volgde hierbij de standaard VVD-sheets over liberalisme, die netjes vertaald werden. Toen hij vervolgens inventariseerde wat volgens de deelnemers de kern van het liberalisme is, kwamen er antwoorden uit de groep als ‘concurrentie’, ‘lage belastingen’ en ‘geen communisme’, maar ook ‘vrijheid’ en zelfs ‘socialisme’.
God & Gays
In de training onderwierpen Jan en Ton de liberale principes aan de discussietest. Bekend is dat in de postcommunistische republieken een thema als homoseksualiteit nog behoorlijk controversieel is. Een liberaal kan echter niet anders oordelen dan dat het gedrag van een medemens voor hem of haar geen waardeoordeel behoeft, zolang hij of zij zelf van dat gedrag geen schade ondervindt: het alom bekende ‘harm principle’ en de noodzaak om moraal en politiek van elkaar te scheiden.
Jeroen de Veth had het principe eerder die dag behandeld, dus een goed gesprek over homotolerantie lag voor de hand. Om goed te beginnen lieten Ton en Jan een bruidstaart met twee bruidegommen zien waaronder de namen ‘Juan e Toni’. Hoewel de grap nog net geaccepteerd werd, was het duidelijk dat dat niet gold voor het thema homorechten. De positiefste reactie betrof het idee dat Moldavië belangrijkere dingen had om zich zorgen om te maken dan rechten van homo’s. Een lid van de Alianta Moldova Noastra stelde dat zij als arts in spé het fenomeen homofilie onderzocht had en had aangetoond dat het hier om een hersenafwijking ging. Het bleek lastig voor de Moldaafse liberalen om een onderscheid te maken tussen de sterke anti-homogevoelens en liberale principes die zo’n gevoel een plaats moeten geven.
Communisten verslaan
Veel Moldaven gaven aan dat zij vooral bezig zijn de communisten te verslaan en daarbij graag ondersteuning krijgen. VVD’er Jeroen de Veth vond dat vrij logisch: “De VVD was vijftien jaar terug ook niet zo voor een homohuwelijk. En het belangrijkste dat liberalen doen is toch een communistische regering voorkomen?”
Het is de vraag of hij daar helemaal gelijk in heeft. De verlichting bracht in Nederland een discours waarin de Vrijzinnig-Democraten en Liberalen ook in de 19e eeuw tegen antisodomiewetten waren. Niet omdat in die groep het fenomeen accepteerde, maar omdat men er geen rol voor de staat in zag. Pas met de uitbreiding van het kiesrecht en de opkomst van confessionele partijen eind 19e eeuw kreeg Nederland strenge antihomowetten.
Wel is het zo dat Nederland al honderden jaren een centrum was geweest in Europa, met veel handelaren, buitenlandse gasten, kunstenaars en andere exotische invloeden, waar Moldavië haar geschiedenis sinds de Romeinse tijd heeft liggen in de periferie van Europa. Een deelnemer aan de workshop informeerde bij Jan sinds wanneer Nederland een democratie met algemeen kiesrecht was. Bij het beluisteren van het antwoord, 1919, beredeneerde hij: “Dus jullie hebben er 80 jaar democratie voor nodig gehad om het homohuwelijk in te voeren. Geef ons dan in ieder geval 50 jaar om aan dat idee te wennen.”
Moldavië en Europa
De tweede workshop, over ‘subsidiariteit’, werd beter onthaald. Veel Moldaven hebben als droom dat het land onderdeel uit gaat maken van Roemenie, en daarmee van de Europese Unie. Dat zoiets gepaard gaat met het inleveren van bevoegdheden lijkt daarbij geen probleem te zijn. De deelnemers waren het er unaniem over eens dat Europa best zaken mag gaan bepalen als grenscontroles, het landbouwbeleid en zelfs het curriculum op scholen.
Mogelijk ligt die bereidheid ook wel in het achtergestelde karakter van het land. Moldavië is eeuwenlang overlopen door Hunnen, Mongolen, Turken, Duitsers, Russen en Oekraïners. Op het centrale plein van hoofdstad Chisinau staat een groot standbeeld van koning Stefan, de laatste vorst die Moldavië op eigen kracht bevrijdde van een bezetter. Dat was in 1455.
Tegenwoordig is van de vier miljoen officiële inwoners bijna een kwart ondergedoken in andere landen om daar hun brood te verdienen. Een ander kwart heeft officieel zowel een Moldaafs als een Roemeens paspoort, dat massaal aangevraagd werd door veel etnische Roemenen rond de toetreding van Roemenie tot de EU. De Roemeense paspoorthouders kunnen daarmee vrij reizen en werken in de Europese Unie. De Moldaven zonder dat paspoort zitten muurvast in hun landje. Ze kunnen in Chisinau een visum aanvragen voor Roemenië of de Oekraïne, en eenmaal in Boekarest of Kiev kan er een visum voor de Europese Unie of Rusland verkregen worden. Die onderneming kost al gauw 150 euro, bijna een gemiddeld maandsalaris. Het onderwijs in Moldavië zelf is beroerd, diploma’s worden vooral verkocht. Ook aan natuurlijke hulpbronnen heeft het land weinig te bieden.
Baantjes verdelen
Het gevolg daarvan is dat er eigenlijk maar twee carrièremogelijkheden zijn: het land uit of de politiek ingaan. Moldavië heeft een ‘spoils system’ waar ze in de Verenigde Staten nog over zouden verbazen. De politieke partij die aan de macht komt mag 1500 overheidsbanen invullen, een groot deel van het ambtelijk apparaat. Als het grote doel, de communisten verslaan, door de AMN behaald wordt, moeten zij dus direct een gigantische hoeveelheid vacatures opvullen. Wellicht verklaart dat systeem ook het massale karakter van de Moldaafse politiek, waar op een partijcongres van de AMN minimaal zesduizend mensen verschijnen.
De partijtop is dan ook bang dat veel van die vacatures door onervaren partijleden vervuld moesten gaan worden. Dat lijkt op de roep van Wouter Bos, die twee jaar terug dezelfde angst uitsprak toen de PvdA gigantisch groeide bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Samenwerking
Desondanks ligt daar een mooie kans voor samenwerking. De liberalen in Moldavië zijn nog niet overtuigend in het citeren van John Stuart Mill, maar ze zijn wel ambitieus. Ze willen de communisten verdrijven. Als het lukt, zullen zich snel nieuwe vragen aandienen. Dan moeten de liberalen voorkomen precies dezelfde ambitieloze regering te worden als waar ze zich nu tegen afzetten. Voor D66 ligt een kans om met de Moldaven samen te werken aan een echt liberaal verhaal. Wij hebben jarenlang goede en minder goede ervaringen in een democratisch systeem, maar daarvoor krijgen we misschien wel een psychologisch deel van een groot liberaal succes terug.
Verschenen in Demo, orgaan van de Jonge Democraten.
Print This Post
· Posted on September 10, 2007 at 1:11 pm by Ton Monasso · Permalink
In: Jonge Democraten & Politiek · Tagged with: liberalisme, moldavie
