Eigen kracht komt niet vanzelf
Maak jongeren weerbaarder tegen gevaarlijke verleidingen
Zuipketen, breezerseks en paddododen. Het paternalistische kabinet neemt bij deze verschijnselen een repressieve houding aan. Ook liberalen laten Pavlov niet onbetuigd door in reactie daarop voortdurend te tamboereren dat existentiële vrijheden op de tocht staan. Het reactionaire liberalisme maakt twee denkfouten, die haar positie doen wankelen.
Door Ton Monasso en Jan Wouter Langenberg
Alcoholmisbruik onder jongeren vraagt om een draconische aanpak, prepuberale breezersletjes onder invloed van een verhardende videocultuur dienen tegen hun gebrek aan eigenwaarde te worden verdedigd met het uitbannen van ranzigheid op televisie en een verbod op paddo’s moet zorgen dat, naast de Nederlandse jeugd, ook de ongewisse toerist geen stap verkeerd kan zetten. Liberalen moeten vanuit de oppositie toekijken hoe de regering en de coalitiefracties op elk incident reageren door de duimschroeven verder aan te draaien. Daarmee doet het kabinet een verwoede poging een daadkrachtig imago te verwerven. Bij een welverdiend pilsje (na bewijs van leeftijd) troosten de liberalen zich met de gedachte dat ze als genuanceerde vrijzinnigen de degens kruisen met een paternalistische regering.
Gebrek aan nuance
Welke houding moeten we in dit debat aannemen? De werkelijkheid ligt vaak genuanceerder dan welles-nietes en deze vraag verdient een doordacht antwoord. Er is aan beide kanten sprake van een simplistische reactie. De lijn van de stevige aanpak karakteriseert zich door een geloof in de maakbaarheid van menselijk gedrag, te bereiken door een repressief stelsel van regels en geboden. Dit wordt gerealiseerd door een bureaucratisch apparaat met regenten achter de knoppen om uw ‘goede’ gedrag te bevorderen en u van uw ‘zondige’ daden te weerhouden. De overheid treedt op als hoeder van de gemeenschappelijke moraal, opgejaagd door sensatiebeluste media.
Op ieder voorstel tot sturing volgt vanuit de liberale hoek iets wat veel weg heeft van de klassieke Pavlov-respons. Een geconditioneerde roep suggereert dat de persoonlijke vrijheden te grabbel worden gegooid. Een moralistische staat zou de keuzevrijheid, de essentie van het liberalisme, met elk voorstel verder afbreken. De consequenties van deze ingreep in de individuele vrijheid zijn onaanvaardbaar want ze zullen leiden tot het neerslaan van alles wat we lief hebben op een avondje uit, aldus de individualisten. Zij negeren echter twee belangrijke karakteristieken van de problemen.
1. De wereld is minder onschuldig geworden. De liberalen nemen impliciet aan dat de wereld waarin jongeren zich bevinden gekenmerkt wordt door dezelfde onschuld als toen befaamde wandelingen langs de Amsterdamse grachten werden gemaakt. Maar jongeren bewegen zich nu eerder in een omgeving die hen constant confronteert met een veelheid aan prikkels en verleidingen om dingen te doen waar ze na afloop spijt van kunnen hebben. Die stroom aan prikkels is onontkoombaar. Verleidingen zullen hen vroeger of later allemaal op hun pad treffen, los van hoe ‘de maatschappij’ daarover denkt. Een joint van zorgvuldig gekweekt Nederwiet is vandaag veel sterker dan in 1966 en de beelden waar jongeren naar kijken en teksten waar zij naar luisteren weerspiegelen eerder de harde ghettocultuur van Amerika dan de kuise moraliteit van de oude zuilen.
Aan de andere kant van het debat worden echter ook illusies in stand gehouden. De repressieve aanpak gaat uit van de mogelijkheid ook daadwerkelijk al de genoemde bevelen kracht bij te zetten door toe te zien op een strikte naleving. Als dat ooit al mogelijk geweest is, is dat in de eenentwintigste eeuw zeker niet meer het geval. Het ligt in de menselijke aard om te experimenteren en daarbij hangt aan alles met het bordje ‘verboden’ een exotische bijsmaak van spanning en gevaar. Daarnaast is repressie heel kwetsbaar omdat er telkens nieuwe prikkels bijkomen, de bestaande van karakter veranderen en de jongerencultuur sterk modegevoelig is. De strakke sociale controle of oneindige planningsmachine en gerechtelijke middelen die nodig zouden zijn om iedere jonge burger onder de loep houden hebben we niet, en moeten we ook niet willen. Omdat een consequente handhaving onmogelijk is, zal de geloofwaardigheid van het beleid onder druk komen te staan.
2. Jongeren zijn geen volwassenen, en weten niet altijd wat het beste voor hen is. Niet ieder voorstel tot morele sturing is een grove aantasting van de persoonlijke vrijheden. Jeugdigen beschermen tegen de gevolgen van Korsakov of seksueel overdraagbare aandoeningen kan voor iedereen winst opleveren. Keuzevrijheid kan niet bestaan zonder inzicht in de mogelijke alternatieven en enig bewustzijn van de gevolgen van je keuzes. Ook een dosis zelfreflectie, waarin je je bewust bent van de mogelijkheid om daadwérkelijk te kiezen en je eigen pad soms voorrang te geven boven de druk die van anderen uitgaat, is een essentieel onderdeel van het liberale vrijheidsbegrip. De maatschappij heeft goede reden om af en toe in te grijpen om mensen tegen zichzelf te beschermen. We beperken met de leerplicht immers ook de vrijheid van jongeren om zich aan een opleiding te onttrekken. Enige zorg over het welzijn van jongeren is wel degelijk op zijn plaats. Daarbij moeten we erkennen dat de keuzes moeilijk kunnen zijn en dat daarbij een helpende hand nodig kan zijn om jongeren te pantseren tegen de stortvloed aan verleidingen die zich voordoet in de moderne maatschappij.
Wanneer liberalen de fundamentele keuzevrijheid met hand en tand verdedigen, kun je je afvragen of ze niet de fout begaan om in hun gedachtegang iedere jongere gelijk te stellen aan een volwassen en geëmancipeerde burger. We geloven in de eigen kracht van mensen omdat we aannemen dat volwassen mensen, met een redelijk beeld van keuzes en hun gevolgen, zelf het beste weten wat goed voor hen is. Een dertienjarige die door haar omgeving onder druk wordt gezet om een palet aan seksuele activiteiten te spiegelen aan diverse kleuren drank voldoet allesbehalve aan die voorwaarde en mag daarom bescherming verwachten. Als diegene op latere leeftijd alsnog hetzelfde repertoire van handelingen wil uitvoeren, staat niemand haar in de weg. Deze genuanceerde gedachtelijn wordt door liberalen wél weer consequent ingezet als het gaat om religie. Jongeren zouden bij volwassenheid een vrije keus moeten hebben om zich aan een godsdienstige stroming te verbinden, maar zouden niet zozeer gevormd mogen zijn door hun ouders en omgeving dat ze die keuze niet meer in vrijheid kunnen maken. Datzelfde zou moeten gelden voor het omgaan met verleidingen. Keuzes kunnen mensen immers voor hun leven tekenen en soms onherstelbare schade aanrichten.
Weerbaarheid
De genuanceerde vrijdenker vaart een koers tussen het wantrouwen van de repressie en het laisser faire van het ongebonden experimenteren door te wijzen op het belang van weerbaarheid. Jongeren moeten vandaag de dag sneller volwassen zijn om goed met de maatschappij om te kunnen gaan. Dat vraagt om meer dan de kop in het zand steken. We moeten meer bewustzijn scheppen door middel van onderwijs en voorlichting. Denk aan het voorbeeld van breezerseks. Wie is erbij gebaat als deze jonge burgers relativerende nonchalance wordt voorgeschoteld?
Met meer kennis van de consequenties garanderen we niet dat jongeren altijd een keuze zullen maken waar ze zelf later geen spijt van krijgen – uiteindelijk kan niemand anders voor hen beslissen. Maar een open houding, waarin keuzes en verwachtingen bespreekbaar zijn en op een eerlijke manier behandeld worden, maakt het meeste kans om door jongeren geaccepteerd en overgenomen te worden. Daarbij is het best mogelijk om tegelijkertijd drempels op te werpen voor alcohol- en drugsgebruik of voorwaarden daaraan te stellen. Natuurlijk is het verstandig om bij tijd en wijle de omstandigheden waaronder jongeren paddo’s in smartshops of alcohol in supermarkten kunnen verkrijgen te evalueren en zo nodig aan te passen. Als er verschillen bestaan tussen dagjestoeristen en mensen die opgegroeid zijn en hebben geleerd om te gaan met het aanbod aan verleidingen, is het ook logisch om de eersten minder privileges te geven. Daarbij moet dan bij de onderbouwing van de maatregel wel naar de effectiviteit worden gekeken in plaats van reactionair beleid naar aanleiding van incidenten of hypes te maken.
Bezinning
Liberalen mogen best de problemen van een maatschappij met steeds minder traditionele controlemechanismen erkennen als die zich voordoen. Er bestaan daarbij stevige ideologische verschillen tussen het kabinet en de oppositie, dus een gelijkgaande analyse van de problemen wil nog niet zeggen dat er een consensus voor een pragmatische aanpak volgt. In ons bestuursjaar bij de Jonge Democraten hebben wij een poging gewaagd om de weerbaarheid van jongeren op de kaart te zetten, wat soms leidde tot heftige discussies. Ook in eigen kring zijn die echter broodnodig, om te voorkomen dat complexe problemen met mantra’s te lijf worden gegaan. Het laat-maar-waaienliberalisme dat soms wordt gebezigd in de liberale arena is net zo min van deze tijd als een simplistisch zero-tolerancebeleid.
Kader: een jaar van discussie
Ton Monasso en Jan Wouter Langenberg worden in oktober 2006, enkele weken voor de parlementsverkiezingen, verkozen tot voorzitter respectievelijk secretaris politiek van de Jonge Democraten. Monasso valt bij BNN United de betutteling van jongeren op het gebied van alcohol en drugs aan. Met het opinieartikel ‘Nieuwe Taboes’ in Trouw rakelt hij in maart de discussie op over moraal en seksualiteit. Hij roept daarin op tot een grotere rol voor voorbeeldfiguren en bewustzijnsvergroting die verder gaat dan klinische voorlichting. Later levert hij ook een bijdrage aan het boek De Liefdesrevolutie van Jan den Boer. Binnen de Jonge Democraten volgen verscheidene discussieavonden en politieke cafés over het onderwerp.
Naar aanleiding van de steun in de Tweede Kamer voor een algeheel verbod op hallucinerende paddenstoelen verschijnt een opiniestuk van Langenberg in het Parool die een pragmatisch beleid van effectieve voorlichting en kwaliteitscontrole contrasteert met de nadelen van een repressieve aanpak. Op het D66-congres in Nijmegen leidde Monasso een fringemeeting waarin de discussie over geestverrijkende middelen centraal stond.
Gepubliceerd in IDee, uitgave van D66 Kenniscentrum.
Print This Post

Leave a Reply
Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.