Het Elektronisch Kinddossier en de Verwijsindex Risicojongeren: c’est quoi?
Dit artikel is verschenen in Perspectief, Informatie- en opinieblad voor de jeugdzorg, kinderbescherming en pleegzorg, nummer 2, maart 2009.
Door Ton Monasso, Capgemini Consulting
Al enkele jaren maken initiatieven voor informatietechnologie in de jeugdsector prominent deel uit van het Haagse beleid. Achter die systemen ligt een wereld van vragen en keuzes van praktische en principiële aard. Welke informatie automatiseren wij, voor wie is die toegankelijk en hoe waarborgen wij de kwaliteit? Hoe kunnen wij privacy en effectieve hulpverlening met elkaar combineren? Werkt risicosignalering en protocollering niet stigmatiserend voor bepaalde groepen? Ton Monasso neemt u in zes artikelen mee door een aantal van de diepere overwegingen rondom deze systemen. Allereerst geeft hij een feitelijke weergave van de kenmerken van het Elektronisch Kinddossier en de Verwijsindex Risicojongeren. In volgende artikelen zal dit type systemen aan een kritische blik worden onderworpen. Deel een van een serie.
Versnipperde instelling
Het toegenomen beleidsgeweld rondom ICT-systemen die moeten helpen om de jeugdsector effectiever te laten opereren, komt voort uit al lang lopende en tamelijk fundamentele problemen. Na diverse incidenten in de jeugdzorg, maar zeker niet alleen op basis daarvan, is geconstateerd dat informatie over kinderen en jeugdigen vaak versnipperd is over veel verschillende instellingen, die onderling ook weinig contact hebben. Dat leidt ertoe dat in veel gevallen de hulpverlening aan een kind verminderd effectief is of in het geheel niet op gang komt.
Doelen
Gebrekkige coördinatie en samenwerking worden dus vaak als probleem aangehaald. Informatie-uitwisseling is daarvan een belangrijk onderdeel. Om informatiebronnen beter te ontsluiten wordt vaak gekeken naar de mogelijkheid om informatietechnologie (ICT) in te zetten. ICT kan bijdragen aan het bereiken van vier doelen in de jeugdsector, die uiteindelijk zouden moeten helpen om de tijdigheid en kwaliteit van hulpverlening te verbeteren.
* Het signaleren van risico’s: het liefst voordat zij zich manifesteren en er problemen ontstaan.
* Het verbeteren van de overdracht: als jeugdigen tegelijkertijd of na elkaar met verschillende hulpverleners te maken hebben.
* Het vergroten van de efficiëntie: doordat administratieve handelingen minder tijd vergen.
* Het vakinhoudelijk ondersteunen van professionals door beslissingsondersteuning op basis van kenmerken van de jeugdige, opgeslagen in databases.
Familie van?
Grofweg zijn twee types (‘families’) informatiesystemen te onderscheiden, die de bovenstaande doelen dichterbij kunnen brengen. Het onderscheid kan ons helpen om de systemen op een wat abstracter niveau te beschrijven en te analyseren, zonder direct in de bijzonderheden van individuele systemen verzeild te raken.
Levenscyclus gebaseerd
Enerzijds zijn er levenscyclus gebaseerde systemen. Zij registeren op verschillende momenten in het leven van een jeugdige een aantal inhoudelijke gegevens. Denk hierbij aan leerdossiers die scholen bijhouden, politieregisters en dossiers van de jeugdgezondheidszorg. Kenmerkend voor dit type systemen is, dat de gegevens vaak ontstaan in één professioneel domein en primair bestemd zijn voor de registreerder zelf of voor vakgenoten. De informatie, het dossier en het eventuele informatiesysteem waarin het wordt opgeslagen zijn ook voor het specifieke domein – zoals onderwijs, politie & justitie of zorg – ingericht. Als informatie al wordt uitgewisseld tussen verschillende organisaties, blijft dat meestal beperkt tot collega’s in hetzelfde domein. Dossiers kunnen omvangrijk worden en vormen een belangrijke basis voor professionele beoordelingen.
Levenscyclus gebaseerde systemen zijn in staat om bij te dragen aan risicosignalering, verbeterde overdracht, efficiëntie en beslissingsondersteuning.
Incident gebaseerd
Incident gebaseerde systemen hebben een andere doelstelling en opzet. Zij zijn juist bedoeld om verschillende organisaties en domeinen met elkaar te laten samenwerken als dat nodig is. Een tweede doelstelling is het ondersteunen van risicosignalering. Bij gebrek aan inhoudelijke (‘wat’) informatie moeten incidentgebaseerde systemen het doen met een beperkt aantal basisgegevens (‘dat’), maar hun bereik kan veel groter zijn.
Informatie-uitwisseling komt op gang als er bezorgdheid is of een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die overleg (mogelijk) noodzakelijk maakt. Deze systemen bevatten veel minder inhoudelijke informatie en gaan vooral uit van het goed vastleggen van de relevante betrokkenen, zodat professionals elkaar kunnen bereiken om mondeling of telefonisch de situatie rondom de jeugdige te bespreken.
EKD en VRJ
Later in deze artikelenserie gaan we uitgebreid in op de (on)mogelijkheden en (on)wenselijkheden van beide typen systemen. In dit artikel beschrijven we twee voorbeelden: het Elektronisch Kinddossier en de Verwijsindex Risicojongeren. De eerste is een voorbeeld van een levenscyclusgebaseerd systeem, de tweede van een incidentgebaseerde oplossing. We bespreken voor beide de doelstelling, de eindgebruikers, het type informatie dat is opgeslagen en de wijze waarop het momenteel in Nederland wordt ingezet.
Elektronisch Kinddossier
Het doel van het EKD wordt veelvuldig verkeerd begrepen, omdat elektronisch kinddossier vaak als containerterm wordt gebruikt. Het EKD zoals dat nu in Nederland wordt ingevoerd, behelst echter alleen het automatiseren van de jeugdgezondheidszorg. Dat is nog steeds een flinke operatie, maar niet zo groot als wel eens wordt verondersteld. Omdat slechts een beperkt aantal organisaties betrokken is. Afgelopen zomer werd in de politieke arena gestreden om de vraag voor wie het EKD zou moeten worden opengesteld, Of dat het op een andere manier dienstbaar kon zijn aan het uitwisselen van informatie tussen verschillende domeinen. Na een haalbaarheidsstudie heeft Rouvoet een voorzichtige positie ingenomen: voorlopig blijft het EKD beperkt tot de jeugdgezondheidszorg.
CB, GGD en SA
Naast de efficiëntievoordelen die consultatiebureaus en GGD’s met het EKD kunnen behalen, is het vooral bedoeld voor de digitale dossieroverdracht van het consultatiebureau naar de schoolarts. Daarnaast is het bedoeld om bij verhuizing van kinderen overdracht van gegevens tussen verschillende organisaties mogelijk te maken. Bovendien biedt het in de toekomst mogelijkheden voor risicosignalering en beslissingsondersteuning, op basis van inhoudelijke informatie die over het kind is vastgelegd.
In 2007 strandde het initiatief om tot een landelijk EKD te komen op een rekenfout in de aanbestedingsprocedure. Omdat een herziene aanbesteding veel tijd zou kosten, en in de tussentijd de kritiek op een uniforme oplossing vanuit de Haagse burelen was aangezwengeld, besloot minister Rouvoet om het pad van de decentrale invoering te bewandelen. Via de gemeenten wordt nu geld beschikbaar gesteld om op lokaal (in de praktijk regionaal) niveau tot de invoering van EKD’s te komen.
Decentraal EKD
Hét EKD bestaat dus niet meer. Er gaat nu gewerkt worden met verschillende decentrale systemen. Per 1 januari 2010 moet elke organisatie voor jeugdgezondheidszorg een EKD hebben. Parallel daaraan wordt gewerkt aan een ‘landelijke kop’ om uitwisseling van gegevens mogelijk te maken. De gegevensstructuur voor de uitwisseling is landelijk vastgesteld in de Basis Data Set (BDS), die momenteel gewijzigd wordt. Over de dataset ontstond de nodige ophef, toen bleek dat daarin ook details over schaamhaar voorkomen. De BDS is echter alleen een structuur en schrijft niet voor dat artsen gegevens ook registreren. Het is een taal waarin dossiers uniform kunnen worden gestructureerd en daarmee gemakkelijker kunnen worden uitgewisseld tussen systemen.
Bestaande EKD ‘s
Op een aantal plaatsen wordt al langer gewerkt met een EKD, nog voordat dat een politiek hangijzer werd. Amsterdam en Rotterdam zijn het langst bezig, op basis van hun eigen KIDOS. In Nederland worden ook oplossingen aangeboden door mlCAS en OpenCare. Momenteel loopt er een groot aantal aanbestedingen van thuiszorginstellingen en GGD’s. Het is waarschijnlijk dat die nieuwe spelers aantrekken op de Nederlandse markt.
Het EKD kan veel doelen dienen, maar is vooralsnog wellicht niet het systeem dat het meest gaat bijdragen aan verbeterde informatie-uitwisseling en daarmee aan betere samenwerking en coördinatie in de jeugdketen. Daarvoor zouden de regionale en landelijke verwijsindexen wel eens met de eer kunnen gaan strijken.
Verwijsindex Risicojongeren
Het incident gebaseerde systeem, dat momenteel het meest in de belangstelling staat, is de Verwijsindex Risicojongeren. Het is de landelijke tegenhanger van een aantal al in gebruik zijnde regionale indexen. Het doel van deze systemen is om jongeren met ‘multiproblemen’ eerder in het vizier te krijgen. Hulpverleners (in de breedste zin van het woord) die te maken hebben met jongeren wier problematiek het aannemelijk maakt dat meerdere organisaties betrokken zijn of zouden moeten worden, kunnen een risicosignaal afgeven in een verwijsindex. Als er twee of meer professionals zijn die een risicomelding hebben gedaan over hetzelfde kind, worden zij op de hoogte gebracht van elkaars contactgegevens. Matches worden gemaakt op basis van adresgegevens van de jongere, idealiter met hulp van het burgerservicenummer. Momenteel wordt nagedacht over het matchen op gezinsniveau, zodat signalen van broertjes, zusjes en wellicht ook over ouders worden betrokken bij een kind.
Koppeling van hulpverleners
De bijdrage van een verwijsindex ligt in het aan elkaar koppelen van hulpverleners, zonder daarbij substantiële inhoudelijke informatie uit te wisselen. De herkomst van het signaal legt altijd wel iets bloot. Stel dat de schuldhulpverlening een signaal afgeeft, dan laat het zich raden hoe de financiële situatie van de jongere eruit ziet. Er is echter geen sprake van geautomatiseerde overdracht van dossierinformatie.
In het wetsvoorstel rondom de landelijke verwijsindex is verordonneerd dat gemeenten een regiefunctie krijgen. Zij zijn verantwoordelijk voor de aansluiting van instellingen op de landelijke verwijsindex en hakken de knoop door, als instellingen, in het geval van een individueel kind, samen niet tot een oplossing komen. In sommige lokale en regionale systemen, zoals Zorg voor Jeugd of sommige regio’s die door Multisignaal worden bediend, wordt de opvolging van een ‘match’ tussen verschillende signalen dan ook al direct meegenomen.
Ketenregistratie
Een andere lokale uitbreiding, die het programmaministerie voor Jeugd & Gezin wellicht landelijk gaat opschalen, is ketenregistratie. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt welke organisaties hulp verlenen aan een kind, zonder dat persé sprake hoeft te zijn van een zorgelijke situatie. Het onderscheid met risicosignalen is echter niet altijd even gemakkelijk te maken. Het hangt dan ook sterk van de lokale invulling af wat men precies onder verschillende vormen van melden verstaat.
In het begin van 2009 werd in de meeste regio’s gewerkt met of aan een verwijsindex. Op 1 januari 2010 moet elke gemeente in Nederland aangesloten zijn, zo is vastgelegd in de Wet op de Jeugdzorg.
Artikelenserie
In het vervolg van deze serie in Perspectief verkennen we vier verschillende aspecten van IT-systemen voor de jeugdsector. In het eerstvolgende artikel bekijken we het kinddossier. Waarom willen we gegevens vastleggen? Welke gegevens willen we vastleggen? Door wie moeten zij worden vastgelegd? Vervolgens bespreken we het openstellen van dossiers. Welke informatie zou moeten worden gedeeld, en op welke manier? Daarna bekijken we in hoeverre IT als samenwerkingsinstrument wenselijk en mogelijk is. Hoe kan technologie bijdragen aan betere samenwerking tussen partijen, en welke valkuilen zijn er als papier wordt vervangen door bits en bytes? Daaropvolgend kijken we in de glazen bol. Wat brengt de toekomst ons? We sluiten de serie af met een terugblik op de maatschappelijke, politieke en professionele discussie en de lessen die daaruit te trekken zijn.
Print This Post

Leave a Reply
Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.