Iedereen aan het werk

Vaak wordt gedacht dat de Nederlandse sociale zekerheid erg royaal is voor laagopgeleiden en mensen met minder kansen op de arbeidsmarkt. Niets is echter minder waar. Door een kunstmatig hoog minimumloon en een onbegrijpelijke warboel van regels wordt veel mensen werk onthouden dat zij anders prima hadden kunnen doen. Het huidige stelsel is eigenlijk asociaal, omdat het veel mensen uitzicht op de zelfstandigheid van een baan onthoudt. Een drastische hervorming van de manier waarop met laagbetaalde banen wordt omgegaan is daarom broodnodig.

Door Ton Monasso

Op dit moment kent Nederland bijna zevenhonderdduizend werklozen, waarvan er 160.000 al langer dan drie jaar geen baan hebben gehad. Deze mensen zijn afhankelijk van een uitkering, missen veel sociale contacten en mogelijkheden tot zelfontplooiing. Daarnaast is de bijstand een kostbare voorziening. Tegelijkertijd zouden veel van deze mensen eigenlijk helemaal niet afhankelijk hoeven te zijn van een uitkering. Vrijwel iedereen kan immers werk verrichten waarvoor een ander bereid is te betalen: iedereen is op zijn eigen niveau productief. Omdat er echter een relatief hoog minimumloon geldt, nemen werkgevers alleen mensen aan die ook tenminste dat minimumloon waard zijn. Vaak wordt gedacht dat het minimumloon alleen maar garandeert dat werknemers die sowieso al worden aangenomen, ook goed betaald worden. Daarbij wordt echter vergeten dat er ook een alternatief mogelijk is voor het aannemen van dure Nederlandse arbeidskrachten: het uitbesteden van werk naar lagelonenlanden of het vervangen van arbeidsplaatsen door automatisering. Cameratoezicht in de trams en zelfscankassa’s zijn goede voorbeelden van ontwikkelingen die voortvloeien uit het ontbreken van goedkope arbeid. Op deze manier worden arbeidsplaatsen opgeheven, en blijven veel mensen afhankelijk van een uitkering.

Afschaffing of verlaging van het minimumloon is onontkoombaar om ervoor te zorgen dat het voor werkgevers weer aantrekkelijk wordt om laagopgeleid werk aan te bieden; op die manier kunnen er meer banen ontstaan. De basisgedachte achter het minimumloon, het garanderen van een zekere levensstandaard voor iemand die werkt, hoeft niet verloren te gaan. Via het belastingstelsel kan het inkomen van laagbetaalde werkenden worden aangevuld tot een sociaal gewenst niveau. Dat kan door een inkomensafhankelijke arbeidskorting te introduceren, die eventueel netto kan worden uitbetaald, en afneemt naarmate mensen meer verdienen. Zolang deze afname geleidelijk is, zal er altijd een prikkel bestaan om meer te gaan werken. Omdat de korting alleen geldt voor mensen die werken, zal er ook bij lagere minimumlonen een inkomensvooruitgang zijn als mensen een uitkering inwisselen voor een baan.

Zo’n geleidelijke arbeidskorting is alleen mogelijk als het effect ervan niet teniet wordt gedaan door de talrijke andere inkomensafhankelijke regels die Nederland rijk is. Niet alleen in de sociale zekerheid, maar ook in de belastingen en subsidies van de nationale overheid, provincies, gemeenten en waterschappen bestaan heel veel verschillende regelingen die ertoe kunnen leiden dat (meer) gaan werken wordt ontmoedigd. De enige oplossing is om zoveel mogelijk van deze algemene inkomensafhankelijke regelingen af te schaffen en te vervangen door de ‘slimme’ arbeidskorting. Door de eenvoud daarvan wordt het veel eenvoudiger om de consequenties van inkomensbeleid op de aantrekkelijkheid van werken te voorzien, en en passant worden burgers verlost van een onbegrijpelijk stelsel, waardoor zij vaak niet van alle regelingen gebruik kunnen maken waar zij recht op hebben.

Verlaging van het minimumloon en de introductie van een geleidelijke inkomensafhankelijke arbeidskorting zijn noodzakelijk om voldoende laagopgeleiden uitzicht te bieden op werk. Werk aan de winkel!

Share

Leave a Reply

Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.