Kritiek of kritruc? Wetenschap ontmaskerd
Het is altijd weer even schrikken. Je hebt hard gezwoegd op een inhoudelijk doorwrocht stuk, en weer wordt het met een hagelschot aan opmerkingen naar de populistische brandstapel verwezen. Het is niet makkelijk om de toets der wetenschappelijke kritiek te weerstaan. Omdat perfectie niet bestaat. Omdat de scheidslijn tussen feiten en meningen mistig is. En omdat wetenschappers nu eenmaal scherpe denkers zijn.
Of valt dat wel mee? Vertoont een wetenschapper ook geen ingesleten gedrag, hergebruikt hij niet wat goed is bevallen? Kan er onder het gesternte van wetenschappelijk gezag niet ogenschijnlijk meer routine dan scherpte zitten?
Ja en nee. Wetenschappers denken op een bepaalde manier, die voor velen niet intuïtief is. Binnen dat model bestaan veel standaardpatronen, gewenningen, conventies en consensus. Ook de wetenschapper heeft een trukendoos waaruit hij ongezouten kritiek kan halen op de meeste ideeën die zijn revue passeren. Daar is niet mis mee. Als je alleen de truc kent, speel je met vuur zonder te weten wat je aansteekt. Als je de trukendoos echter goed kunt overzien, weet wanneer je wat kunt gebruiken, kan het enorm helpen om snel de kwaliteit van voorstellen te doorgronden.
Leer de wetenschapper en de wetenschap kennen door hun denkpatronen. Anticipeer op kritiek en verbeter je eigen werk. Daarom: wetenschappelijke zelfzorg in tien standaard punten van kritiek, gelardeerd met fragmenten die voor de ervaren bekritiseerde bekend in de oren zullen klinken.
1. De wereld is zoveel mooier in grijstinten. Zo simpel is het niet. Het is niet óf óf, maar je hebt slechts de uiteinden van een continuüm te pakken. Daartussen liggen een waaier van nuance, een wereld vol combinaties en een analytische uitdaging.
2. Illegale transplantatie. Je gaat er klakkeloos vanuit dat wat werkt in de ene situatie, ook in deze situatie werkt. Heb je de omstandigheden vergeleken? Doe je een voorspelling of heb je empirisch vastgesteld dat het ook werkt?
3. Trianguleren tot je erbij neervalt. Een getuige is geen getuige. Ik wil meerdere bronnen zien, die vanuit verschillende perspectieven het zicht op de waarheid verbeteren.
4. De aannametabel. Ah, dus we hebben het over de Aarde en niet over Mars? Expliciteer dat dan, hoe moet ik het anders weten?
5. Rivaliseren, intermediëren, in ieder geval verantwoord relateren. Een verwijzing naar eerstejaars statistiek is hier op zijn plaats. Als A leidt tot B, is er dan misschien geen C of D en wordt een ja een nee? Let op variabelen die je verband wegverklaren (dacht je iets te hebben…) of compenserend optreden (je hebt misschien toch wat!).
6. Wetenschap is niet voor softies. Waar zijn de formules, de stroomschema’s… kan ik iets zien of narekenen? Wederom afhankelijk van de academische inborst: niet iedereen gelooft dat kwalitatieve of verkennende analyses wetenschap zijn. (Tip: vraag de wetenschapper in kwestie naar het verschil tussen feiten en wetenschap, constateer dat hij je het antwoordt schuldig blijft, maar ook dat je je zonder het te weten in een wetenschappelijk vijandig kamp bevindt! Niets aan doen, wel handig om je bewust van te zijn enne… misschien expliciteren?)
7. Betrouwbaarheidsinterval benodigd. Elke vorm van cijfermatig onderzoek gaat gepaard met meetfouten en benaderingen. Werk met significante cijfers of geef de betrouwbaarheidsintervallen aan. Hoeveel gaan we hiermee besparen? Een miljoen? Dat geloof ik niet. Iets tussen 5 en 15 ton? Juist!
8. Dubbelzinnige definities. Begrippen leiden vaak tot verwarring. Zaten in je literatuur al tegenstrijdigheden, dan heeft je reviewer het zeker verkeerd begrepen. Pas op met ogenschijnlijk simpele en alledaagse begrippen. Die hebben in de wetenschap vaak een andere betekenis. Dé wetenschap? Eh… nee, een zekere stroming. Controleer of er geen spraakverwarring optreedt. En anders? Expliciteer.
9. Staaft uw statements. Met boerenverstand red je het niet. De wetenschapper wil het kunnen napluizen, kunnen controleren. Staaf daarom zoveel mogelijk beweringen met referenties. Niet dat iemand ze ooit leest…
10. Geldt dit ook voor… ? Deze kritruc komt voor in twee varianten. Heb je alles maar op één hoop gegooid en ben je daarmee alle verschillen uit het oog verloren? Of zijn je uitspraken te veralgemeniseren? Liefst wel, anders is het – afhankelijk van de leermeester van de wetenschapper in kwestie – geen wetenschap. Krijg je deze laatste voor je kiezen, dan zit je goed, want het is het ultimum remedium voor de criticus zonder inspiratie. Voor juristen: dan procedeer je op redelijkheid en billijkheid.
Met deze lijst bezondig ik me aan een drogredenering: de reductio ad absurdum. Ik erken volledig dat ik vooral ben afgegaan op eigen ervaringen. Het is dan ook geen wetenschap. Daar kunnen we het snel over eens zijn!


Leave a Reply
Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.