Open data: een blijvertje

Is open data nog steeds het exclusieve domein van hobbyistische hackers, die nachten doorhalen om creatieve programmeerbouwwerken op te zetten om zich daarna verveeld op een volgende klus te storten? Of is er sprake van een fenomeen dat blijvende invloed zal hebben op de verhouding burger-overheid? Op het jaarcongres “Begrensd Burgerschap” van het Center for Public Innovation (CPI) sprak Lex Slaghuis van hackdeoverheid.nl over de toepassingen die mogelijk zijn met open data in Nederland en daarbuiten.

De kerngedachte van open data is dat overheden data die ontstaan in de uitoefening van publieke taken, zonder beperkingen, uit eigen beweging en vaak gratis openbaarmaken op een manier die makkelijk computerleesbaar is. Niet altijd is er daarmee iets nieuws onder de zon. De NASA stelt al decennia haar satellietbeelden ter beschikking, waarmee onder andere een kaartlaag van Google Maps wordt gevoed. Het aantal datasets dat openbaar wordt gemaakt neemt echter wel snel toe. Grofweg zijn er drie redenen om als overheid aan open data te doen. Het kan de controlerende macht van burgers versterken, doordat de informatiepositie ten opzichte van de uitvoerende macht verbetert. 82,14% van de bezoekers aan het CPI-congres ziet daar heil in. Het creëren van nieuwe economische waarde (denk aan carspotter.nl voor het opvragen van voertuiginformatie op basis van RDW-gegevens of aan buienradar.nl die KNMI-data gebruikt) is een andere belangrijke drijfveer. Wellicht wel de belangrijkste, volgens Lex: innovation blijkt een aantrekkelijker motivatie dan accountability. Die innovatie kan ook zitten in het verbeteren van de dienstverlening van de overheid, de derde motivator.

Zodra de data zijn vrijgegeven, moet worden vertrouwd op de spontane creativiteit en het ondernemerschap van de markt. Burgers en bedrijven kunnen de data gebruiken in hun eigen processen of om toepassingen (meestal ‘apps’: websites of smartphone-applicaties) voor anderen te maken. Er zijn honderden, zo niet duizenden apps op basis van Nederlandse data ontwikkeld, maar zij zullen niet allemaal overleven. Serendipitisme – zaai veel, en kijk wat overleeft – lijkt hier van toepassing. Veel applicaties die in de afgelopen jaren ontwikkeld zijn, zijn al niet meer verkrijgbaar of worden niet beheerd. Ook wordt soms de datastroom afgebroken, na een initieel experiment. Zo worden de gegevens uit de Nationale Databank Wegverkeer niet langer geleverd…

Al met al blijven er echter genoeg toepassingen over, die blijvertjes lijken. De lijst met succesvolle apps lijkt Lex’ stelling over accountability vs. innovation te ondersteunen. OpenKVK.nl, waarbij op een andere manier gezocht kan worden in het ‘openbare’ deel van het Handelsregister, krijgt maandelijks ruim 300.000 API-requests (verzoeken van andere software), en wordt gebruikt om de op een na grootste wereldwijde database van organisaties te voeden. De eerder genoemde carspotter.nl en buienradar.nl zijn ongetwijfeld profijtelijke ondernemingen, die de afgelopen jaren hebben kunnen vertrouwen op continue datastromen.

Duidelijke aanwijzingen dat open data burgerschap in Nederland echt versterkt, zijn er nog niet. Misschien moeten we daarvoor wachten op een ‘tweede generatie’ apps en initiatieven, zoals OpenSpending (gedetailleerd inzicht in overheidsuitgaven). Maar dat er er nieuwe toepassingen, vaak met economische of dienstverlenende waarde, mogelijk zijn, is al ruimschoots bewezen. Toepassingen die zijn ontstaan buiten bestaande bedrijven, instellingen of verenigingen om. Open data is daarmee met recht een ‘fenomeen’: het is beleid, een (sub)cultuur, een economisch model, een beetje een politicologisch en bestuurskundig model ineen.

Share

Leave a Reply

Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.