Schaf de bijverdienregeling af!
Studenten mogen op dit moment maar een beperkt bedrag bijverdienen. Gaan ze over de maximumgrens heen, dan wordt het ‘teveel’ verdiende bedrag volledig gekort op hun studiefinanciering en wachten torenhoge boetes. Deze regeling is oneerlijk, remt ondernemerschap en zorgt voor veel bureaucratie en irritatie. Tijd om haar af te schaffen!
Door Alexander Pechtold, Martijn van Dam, Peter Scheffer en Ton Monasso
De bijverdienregeling houdt in dat studenten tot maximaal tienduizend euro per jaar mogen bijverdienen. Als er meer wordt verdiend, wordt de studiefinanciering stopgezet en moet al betaalde studiefinanciering worden terugbetaald.
Toen de regeling werd ingesteld, was het belangrijkste argument dat op deze manier alleen een bijdrage zou worden gegeven aan studenten die het echt nodig hebben. Een student met veel bijverdiensten verdient geen ondersteuning, was de gedachte. Deze redenering klinkt aannemelijk, maar de regeling heeft bewezen buitengewoon oneerlijk te zijn en vooral ongewenste effecten te hebben.
In de eerste plaats is het helemaal niet zo dat de regeling ervoor zorgt dat studenten die zelf genoeg verdienen geen studiefinanciering ontvangen. Studenten mogen namelijk bijverdienen totdat ze het grensbedrag bereiken. Vanaf dat moment moeten ze hun studiebeurs stopzetten, tot het eind van het jaar. Vanaf 1 januari krijgen studenten weer beurs. De meeste studenten studeren langer dan de vier jaar waarvoor studiefinanciering als gift beschikbaar is. Ook studenten die jaarlijks meer bijverdienen dan tienduizend euro, ontvangen over de hele studie bezien 48 maanden basisbeurs. De bijverdienregeling zorgt er dus niet voor dat zij minder studiefinanciering ontvangen, maar dwingt hen slechts tot de bureaucratische handeling om jaarlijks de beurs op tijd stop te zetten en in januari weer aan te vragen. Een student die te laat is met het stopzetten van zijn beurs, moet niet alleen het ‘teveel’ ontvangen bedrag aan basisbeurs terugbetalen, maar krijgt bovendien, zelfs als hij een maand te laat is geweest, een boete voor gebruik van de OV-jaarkaart gedurende het hele jaar! Dat gaat om honderden euro’s.
Ten tweede moeten studenten zelf de keus kunnen maken of ze in extra inkomen voorzien door geld te lenen of door bij te verdienen. Studiefinanciering is geen inkomensafhankelijk recht, maar een recht dat gekoppeld is aan het volgen van een studie. De studiebeurs is bij lange na onvoldoende om alle kosten te kunnen dekken. Het is een basisvoorziening. Studenten zijn zelf verantwoordelijk om voor een aanvulling daarop te zorgen. Soms kunnen en willen ouders daarvoor zorgen, maar meestal moeten studenten werken, lenen of beide. De overheid hoort niet één van die keuzemogelijkheden te beperken. Nu gebeurt dat wel. Studenten kunnen grote bedragen van hun ouders krijgen, maar als zij hun inkomen zelf bij elkaar willen werken, worden er grenzen gesteld. Een absurde situatie, die de student de mogelijkheid ontneemt om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Ten derde draait de bijverdiengrens ondernemende studenten de nek om. Inkomsten uit een eigen bedrijfje moeten bruto worden meegeteld, terwijl bij loondienst alleen de nettobedragen meetellen. Dat kan twintig tot dertig procent schelen, zonder dat daar een geldige reden voor is. Ook hebben ondernemers sterk wisselende inkomens. Voor een student met een eigen bedrijfje geldt niet de regel die voor werknemers wel geldt, namelijk dat je je beurs stop moet zetten op het moment dat je over de bijverdiengrens heengaat. Voor de ondernemende student geldt dat achteraf zijn inkomsten over het jaar gemiddeld worden. Wie aan het eind van het jaar veel inkomsten heeft gehad, krijgt achteraf alsnog een boete voor zogenaamd teveel ontvangen studiefinanciering en gebruik van de OV-jaarkaart. Zelfs als de beurs op een moment werd stopgezet dat de bijverdiengrens nog niet was overschreden. Een vreemde situatie, juist nu de overheid en het onderwijs zo stevig inzetten op het bevorderen van ondernemerschap onder studenten.
Voorstanders van de bijverdienregeling voeren vaak aan dat werk studenten weerhoudt van studeren. Zelfs als dat waar zou zijn, is inkomen nog geen goede maatstaf. Succesvolle studenten kunnen in relatief weinig tijd toch veel geld verdienen, bijvoorbeeld via een eigen onderneming. Daarnaast wordt een student ook niet van overheidswege beperkt in alle andere activiteiten die hij zou kunnen ondernemen naast het studeren. Juist van studenten mag worden verwacht dat zij hun eigen tijd kunnen indelen. De studiefinanciering is daarbij nog eens zo opgezet dat studenten sowieso al worden gedwongen om snel te studeren.
Ten slotte beweert de staatssecretaris dat de regeling de overheid veel geld bespaart. Natuurlijk wordt er bespaard op de studiefinanciering, maar die kosten zijn beperkt. Daar staat bovendien een besparing op uitvoeringskosten bij de Belastingdienst en de IB-Groep tegenover. Een nog grotere kostenpost van de huidige regeling zijn de gederfde belastinginkomsten doordat studenten minder werken. Afschaffing van de regeling levert de overheid dus eerder geldt op dan dat het geld kost.
Noch Rutte, noch Bruins vond het nodig deze bureaucratische pesterij van studenten te beëindigen. Kennelijk is het VVD-verzet tegen bureaucratie niet van toepassing als men er zelf voor verantwoordelijk is. Het wordt hoog tijd dat de overheid stopt met het pesten van studenten, stopt met het bestraffen van ondernemerschap door studenten en stopt met het uitdelen van oneigenlijke boetes aan mensen die geen misbruik maken van publieke voorzieningen. De nieuwe minister of staatssecretaris voor hoger onderwijs moet een einde maken aan de bijverdienregeling voor studenten.
Alexander Pechtold en Martijn van Dam zijn leden van de Tweede Kamer, respectievelijk voor D66 en de PvdA. Ton Monasso en Peter Scheffer zijn voorzitter van respectievelijk de Jonge Democraten en de Jonge Socialisten.
Dit opinie-artikel verscheen in bewerkte vorm in de NRC NEXT van vrijdag 26 januari 2007.
Print This Post

Leave a Reply
Your message will be published on this website, after approval of the webmaster. If you prefer a personal reply that will not be published, please use the contact form.